PIERRE TOUSSAINT
Tel
25/03 - 31/05/20


Fr | Eng.



pierre_toussaint_site_1

© Pierre Toussaint, uit reeks Tel, 2017-2019, 120 x 80cm

«Wat me het allermeeste aanspreekt, is het maken van een boek over niets, een boek zonder banden met de buitenwereld, een boek dat zijn waarde haalt uit de innerlijke kracht van zijn stijl, [...] een boek dat nagenoeg geen onderwerp zou hebben of waarin, ten minste en indien mogelijk, het onderwerp zo goed als onzichtbaar zou zijn.»

Gustave Flaubert, brief aan Louise Colet van 16 januari 1852

Over niets

Vanaf Métronome, een werk uit 2013 waarin alle afgebeelde personen op de rug worden gezien of gelaatloos zijn, lijkt Pierre Toussaint zich te willen afkeren van de mensheid. Sāo en Black Snow, de twee volgende reeksen, lijken ook in deze richting te wijzen. Met uiterst schetsmatige silhouetten van voorbijgangers, lijkt het wel alsof hij zijn eerste jaren als fotograaf wil uitwissen: een periode gewijd aan het van dichtbij en in vooraanzicht tonen van personen die in de marge van de samenleving leven. Ook City Of leek dit nemen van afstand ten overstaan van de levende mens te bevestigen. In dit in New York gerealiseerde werk duiken hoogstens een of twee spookachtige sporen op van een handvol van de acht miljoen bewoners van deze megalopool. Uitzonderlijk ontwaren we hier ook enkele amper identificeerbare plaatsen en objecten. Omdat er zo weinig herkenbaars te ontdekken valt, moeten we wel vaststellen dat er niets overschiet van datgene wat algemeen wordt verwacht van fotografie.

Desondanks ontbreekt de grote leegte en gaat het wel degelijk om een deel van dat « niets » waarvan Gustave Flaubert hoopte het ultieme thema te maken van zijn œuvre, namelijk de ̶ schijnbare ̶ leegte van het triviale niet geromantiseerde leven. Het « niets » waaraan Walker Evans gestalte geeft in zijn geniale beschrijvingen van de doorsnee Amerikaan terwijl hij in deze etnografie van het alledaagse de onbeschaamdheid van de journalistieke dramaturgie verwerpt. Dit « niets », eigen aan de banaliteit, zal later bijzonder in de smaak vallen bij heel wat hedendaagse fotografen. Toch wijzen we er nogmaals op dat dit slechts gedeeltelijk zo is, in de mate waarin Pierre Toussaint deze trivialiteit als nog te veelzeggend beschouwt.

Tel, zijn laatste werk, getuigt van deze radicaliteit. Eerst door de afwezigheid van eender welk onderwerp, alsof het gaat om een werk over niets. Vervolgens door het vermijden van elke contextualisering. Iedere plaats- en tijdsaanduiding ontbreekt. Hoe zouden we kunnen raden dat deze beelden in Vietnam werden gemaakt? De enige zekerheid is dat de foto’s gemaakt werden na de uitvinding van de fotografie. En dan is er tenslotte nog de vormelijke soberheid, zelfs al zouden we kunnen denken dat ze toevallig een centrale plaats inneemt bij de fotograaf: geen spectaculaire esthetiek, geen ten top gedreven contrasten, geen duizelingwekkende hoge of lage hoek opnamen…

Kortom, in deze beeldenreeks ontbreekt zowel het verhaal als de wil om te beschrijven wat geweest is. Hetzelfde geldt trouwens voor vormelijke grootspraak. Maar wat is er dan wel? Ongetwijfeld is de fotograaf gehecht aan de syntaxis van het fotografische beeld, aan de verhouding tussen wazigheid en scherpte, aan hun respectievelijke textuur, aan het onderscheid tussen de wazigheid van de scherpstelling en deze veroorzaakt door beweging, aan de grijstinten, aan hun kleurverloop, aan de zilverkorrel en zijn weerschijn, aan het papier en zijn glans. Het feit dat hij aan al deze zaken belang hecht, wijst erop dat het confidentiële karakter van de analoge fotografie hem bevalt.

Niet toevallig verwijst Tel, de korte titel van dit werk, naar « Fragments d'un discours amoureux » van Roland Barthes: « Ik zal lijken op het kind dat zich tevredenstelt met een leeg woord om iets aan te wijzen: Ta, Da, Tat (in het Sanskriet). Tel (zo) zegt degene die van je houdt: zo ben je, precies zo...». Dit is natuurlijk een manier om van meet af aan duidelijk te maken dat er met opzet grote afstand wordt geschapen ten overstaan van het getoonde object, zoals een haiku die – nog steeds volgens Barthes, maar dan in « L'empire des signes » – « afgeslankt is tot een enkel en alleen aanduiden ».
Dit is vooral een manier om zich niet over te geven aan verliefde fascinatie, en om er de fragiliteit van te behouden.

Toch staat dit het luid en duidelijk tonen ervan niet in de weg, in dit geval door het maken van indrukwekkende afdrukken en driedimensionale metalen kaders. Veel meer dan een esthetisch element, lijkt deze afwerking een coherente strategische zet te zijn en het uiteindelijke resultaat van een stijl. Een stijl ? Nogmaals Flaubert, tot slot Flaubert: « Om deze reden bestaan er geen mooie of lelijke onderwerpen en zouden we, vanuit het standpunt van de zuivere Kunst, bijna als postulaat kunnen stellen dat er geen zijn, omdat de stijl alleen al op zich een absolute wijze is om de dingen te beschouwen. »

Jean-Marc Bodson, Commissaris

Vertaling: Marleen Cappellemans

Website: www.pierretoussaint.be